Erfbelasting berekenen in Vlaanderen
Schrijf in één zin wat u erft. De rekenhulp past de algemene Vlaamse tarieven toe en trekt de vermindering voor kleine erfdelen af. Elke schijf ziet u als een blok.
Erfbelasting12.000 euro
Voorbeeld van de Vlaamse Belastingdienst: u erft van uw moeder 150.000 euro aan onroerende en 50.000 euro aan roerende goederen. Indicatief, geen fiscaal advies.
Zo komt het bedrag tot stand
roerend: 50.000 × 3 %= 1.500 euro
onroerend: 50.000 × 3 %= 1.500 euro
onroerend: 100.000 × 9 %= 9.000 euro
vermindering voor kleine erfdelen− 0 eurohet erfdeel is groter dan 50.000 euro
samen= 12.000 euro
In rechte lijn gaan roerende en onroerende goederen elk apart door de schijven.
Welk tarief geldt voor u?
De erfbelasting hangt af van uw band met de overledene. De Vlaamse Belastingdienst onderscheidt drie groepen. Voor broers en zussen en voor anderen gelden de tarieven hieronder voor overlijdens vanaf 1 september 2018.
In rechte lijn en tussen partners, per erfdeel; roerend en onroerend elk apart
| Schijf (euro) | Tarief |
|---|---|
| tot 50.000 | 3 % |
| van 50.000 tot 250.000 | 9 % |
| boven 250.000 | 27 % |
Tussen broers en zussen
| Schijf (euro) | Tarief |
|---|---|
| tot 35.000 | 25 % |
| van 35.000 tot 75.000 | 30 % |
| boven 75.000 | 55 % |
Tussen andere personen, op de som van alle erfdelen in die groep
| Schijf (euro) | Tarief |
|---|---|
| tot 35.000 | 25 % |
| van 35.000 tot 75.000 | 45 % |
| boven 75.000 | 55 % |
In rechte lijn (bijvoorbeeld een kind dat van een ouder erft) en tussen partners worden roerende goederen (zoals spaargeld) en onroerende goederen (zoals een huis) elk apart door de schijven gerekend. Erft u beide soorten goederen en is uw erfdeel groter dan 50.000 euro, dan betaalt u daardoor minder dan wanneer alles samen belast zou worden; anders is het bedrag hetzelfde.
Tussen broers en zussen gaan alle goederen samen door de schijven, per erfgenaam.
Tussen andere personen (bijvoorbeeld neven of een vriend) rekent de Vlaamse Belastingdienst op de som van de erfdelen van alle erfgenamen in die groep. Het bedrag wordt dan verdeeld volgens de grootte van elk erfdeel. De rekenhulp rekent alsof u de enige erfgenaam in die groep bent.
De vermindering voor kleine erfdelen
Wie weinig erft, krijgt een vermindering, het belastingkrediet:
- in rechte lijn en tussen partners, als de nettoverkrijging niet meer is dan 50.000 euro: 500 euro min de nettoverkrijging gedeeld door 100;
- voor broers, zussen en anderen, als de nettoverkrijging niet meer is dan 18.750 euro: de nettoverkrijging gedeeld door 10; tussen 18.750 en 75.000 euro: 2.500 euro min de nettoverkrijging gedeeld door 30.
De vermindering kan nooit meer zijn dan de belasting zelf. In rechte lijn betekent dat: tot een erfdeel van 12.500 euro betaalt u feitelijk geen erfbelasting. De rekenhulp neemt als nettoverkrijging de som van wat u invult, roerend en onroerend samen.
Nagerekend met de voorbeelden van de Vlaamse Belastingdienst
| Voorbeeld | Erfdeel (euro) | Erfbelasting volgens de Vlaamse Belastingdienst (euro) |
|---|---|---|
| kind van de overledene | 200.000 (150.000 onroerend) | 12.000 |
| broer of zus | 150.000 | 62.000 |
| twee neven samen | 100.000 | 40.500 |
| kind van de overledene | 25.000 | 500 |
| broer of zus | 15.000 | 2.250 |
| broer of zus | 60.000 | 15.750 |
De rekenhulp komt in elk van deze voorbeelden op hetzelfde bedrag.
Wat de rekenhulp niet meetelt
- De vrijstellingen voor een partner. Een langstlevende partner heeft onder meer een partnerabattement; daarom geeft de rekenhulp voor een partner geen bedrag.
- De vermindering voor kinderen jonger dan 21 jaar: een vast bedrag per vol jaar dat het kind nog moet wachten tot het 21 jaar wordt.
- De singlevermindering en de vriendenerfenis, die alleen in bepaalde gevallen gelden.
- Andere vrijstellingen, zoals die voor de gezinswoning van jonge kinderen die beide ouders verloren hebben.
De tarieven gelden voor de nettoverkrijging. De rekenhulp rekent met de bedragen die u invult. Voor een schenking tijdens het leven gelden andere tarieven: zie schenkbelasting.